Het miraculeuze monnikenwerk van Meron Brouwer

Merons verhaal begint in het magazine: 
Dat houtbewerken monnikenwerk kan zijn, bewijst Meron Brouwer. Hij maakt houtsnijwerkjes op de millimeter, voornamelijk fantasyfiguren ter grootte van een euromunt (of twee). Er zijn niet veel houtsnijhobbyisten die het miniatuurambacht beheersen, maar de Nijmegenaar gaat zelfs nog een stapje verder. Hij werkt aan een gebedsnoot: een voorwerp, ongeveer zo groot als een eitje, dat open en dicht kan en waar in beide helften een minutieus handgesneden tafereel te zien is. Meron werd geïnspireerd door een item op het NOS-journaal over een tentoonstelling in het Rijksmuseum: Small Wonders. Daar was in 2017 een verzameling Middeleeuwse miniaturen te bewonderen, waaronder een aantal gebedsnoten. "Het is het moeilijkste wat ik tot nu toe heb gedaan," vertelt Meron. "Een gebedsnoot is een volkomen zinloos object: je legt het neer en mensen vinden het knap. Het maken en kijken of het lukt, dát is het boeiende eraan." Merons kunststukje is gemaakt van buxushout. "Dat heeft de fijnste structuur. Je kunt het polijsten tot het bijna kunststof lijkt."

Merons verhaal gaat verder!
Het buxushout dat Meron gebruikt, heeft hij elf jaar geleden gekocht. "Vijf kilo was het. Omdat ik zo klein werk, heb ik er pas tien procent van opgemaakt. Soms krijg ik ook hout van mensen uit de buurt die hun buxus snoeien of omzagen," vertelt hij. Buxushout is compact en hard, heeft hele kleine vezels en voelt glad aan. Ook de Middeleeuwse gebedsnoten waar Merons werk op gebaseerd is, zijn ervan gemaakt. De mini-universumpjes dateren uit de zestiende eeuw en zijn afkomstig uit de werkplaats van de Nederlander Adam Dircksz. Volgens Frits Scholten, conservator van het Rijksmuseum, zijn hedendaagse houtbewerkers niet meer in staat zulke verfijnde miniaturen als die van de middeleeuwse ambachtsman te leveren. Daar is Meron het niet mee eens. "Soms hemelen we vroeger veel te veel op. Het is niet dat we dit soort werk niet meer kunnen maken, maar we doen het gewoonweg niet meer. Onze maatschappij dendert maar door. Voor miniatuurhoutsnijwerk moet je de tijd nemen." 

De zestiende-eeuwse kunstwerkjes waren gebedsvoorwerpen, bedoeld om te mediteren en alleen verkrijgbaar voor de allerrijksten. Dat is niet gek, vindt Meron. "Als ik dit in opdracht zou doen, zou dat onnoemelijk duur zijn. Nu werk ik er niet dagelijks aan, soms zelfs niet maandelijks, maar ook als ik dat wel zou doen, kost het, denk ik, zeker een maand om een gebedsnoot te maken. En dan alleen als ik heel efficiënt zou doorwerken." 

De vader van drie werkt al ruim vier jaar aan zijn project. Hij begon met het draaien van een houten eitje op een mini-draaibank. Dat splitste hij vervolgens in tweeën en maakte er een tijdelijk scharniertje aan, zodat de gebedsnoot open en dicht kon tijdens het snijden van het binnenwerk. Voor het millimeterambacht heeft Meron een etuitje waarin al zijn gereedschap past. "De echte houtsnijder zal er wel van gruwen, maar ik doe het meeste met een 6mm beitel. Daar ben ik ook ooit mee begonnen. Ik heb ook nog een 3mm beitel en als het daarmee nog niet lukt, dan gebruik ik een Veritas mesje. Ook heb ik via Marktplaats wat tandartsgereedschap gekocht dat ik aangepast heb." 

De gebedsnoot is een ode aan Nijmegen en dan in het bijzonder aan hoe Meron die stad heeft beleefd als student. In die tijd is hij ook begonnen met houtbewerken op microniveau. "Mijn studentenkamer was twaalf vierkante meter. Daar kun je geen grote dingen maken," aldus de Nijmegenaar. "Grote apparaten staan me trouwens ook een beetje tegen. Als je ermee werkt, ben je meer bezig met het aansturen van je machine dan met het maakproces. En ook met het eindproduct, want je maakt er eigenlijk altijd iets mee wat nut heeft, zoals een tafel of een stoel. Als iets nutteloos is, dan blijft alleen de lol van het maken over."

In de ene helft van Merons miniatuurwerk is de Sint-Stevenskerk te zien. De andere helft toont de Waalbrug. Het binnenwerk is zo goed als klaar en afgewerkt met Tungolie. Rest nog het slotje, van acht bij twaalf millimeter, de versieringen aan de buitenkant, en de tekst die - naar goed Middeleeuws gebruik - op het randje aan de binnenkant van het kleinood hoort. "Voor het slotje wilde ik graag een scharnierstructuur. Ik heb twee varianten uitgeprobeerd, maar om het zó te krijgen dat het honderd keer open en dicht kan: dat lukt niet. Waarschijnlijk wordt het nu een schuifsysteempje."

Ook de tekst op de rand van het binnenwerk is nog een uitdaging. "Ik ken niemand die met dit soort miniatuurwerk bezig is, zelfs op het forum van woodworking.nl ben ik de enige. Ik hoor weleens dat wat ik maak nog het meest lijkt op een Japanse netsuke (red. een met de hand gesneden gordelknoop). Ik vind het natuurlijk leuk om alles zelf uit te zoeken, maar het zou interessant zijn om mensen te ontmoeten die dit ook doen. Daar kan ik van leren. Nu bekijk ik bijvoorbeeld foto's van gebedsnoten op internet en haal eruit wat ik eruit kan halen."

Wanneer Meron zijn gebedsnoot af heeft, weet hij niet. "Binnenkort ga ik beginnen met het snijwerk aan de buitenkant. Daarop komen verschillende afbeeldingen te staan. Spannend! Misschien verpest ik het wel! Het gaat gelukkig niet vaak mis. Het ergste wat kan gebeuren is dat ik door de wand steek, maar dan pas ik de afbeelding zo aan dat het weer klopt, of dat ik het eitje laat vallen. Daarom werk ik bij voorkeur op de bank. Dan valt het in ieder geval op iets zachts." 

Haast heeft Meron in elk geval niet. "Het maken van zo'n gebedsnoot is ontspannend voor mij, een soort meditatie. Ik zet mijn koptelefoon op en ga in de zone. Ik vind het heel leuk om dit te doen. Dit riekt naar meer en ik heb genoeg ideeën. Als ik zo tegen mijn pensioenleeftijd een hele set heb, dat lijkt me wel wat!" 

Merons vorderingen zijn te volgen op Instagram.

Lees hier het verhaal van Geesje Liedmeier uit NOEST
Lees hier het verhaal van Bert Aalbers uit NOEST