Ik wil me losmaken van hedendaagse vioolbouwtradities

Geesjes verhaal begint in het magazine:
Wie beenviolen maakt, moet van veel markten thuis zijn. Natuurkunde, chemie, geschiedenis en houtsnijkunst: Geesje Liedmeier heeft het allemaal in de vingers. In haar werkplaats in het Gelderse Velp maakt zij viola's da gamba voor gambisten van over de hele wereld. Het meest opvallend aan haar instrumenten zijn de halzen. Die zijn voorzien van prachtige handgesneden mensen- of dierenkoppen. "De gamba is een oud instrument dat vroeger veel aan hoven werd gespeeld," vertelt Geesje. "Het had aanzien en werd daarom rijk gedecoreerd. Het was een statussymbool. Op schilderijen zie je vaak dat gamba's versierd zijn met hoofden van prinsessen. Dat doe ik ook graag hoor, een mooie Minerva met edelsteen bijvoorbeeld, maar nog liever maak ik dierenkoppen." Het bovenblad van een gamba bestaat uit zacht hout, meestal vuren. "Niet van de bouwmarkt natuurlijk, maar speciaal, langzaam gegroeid vurenhout. Voor de hals, de zijkant en achterkant gebruik ik meestal fruithoutsoorten, zoals walnoot, pruim of kers." Het maken van een gamba is precisiewerk en neemt veel tijd in beslag. Geesje maakt vier instrumenten per jaar, allemaal in opdracht.

Geesjes verhaal gaat verder! 
"Hoe maak ik een viola da gamba? Haha! Heb je even?" Geesje Liedmeier kijkt met een geamuseerde blik op van de grote werktafel in haar atelier. Erop ligt haar nieuwste project - een beenviool van vuren en kersen, mét hondenkop - geduldig te wachten om tot leven gewekt te worden. "De hals en de kop, daar begin ik mee. Of nou, eigenlijk vraag ik de klant eerst om eens in het wilde weg te fantaseren over wat hij of zij zou willen als alles mogelijk was: een droominstrument. Dat is het begin. Precies zó wordt het uiteindelijk niet, maar het is wel de basis van waaruit ik werk. Hoe vertaal ik het verhaal van de klant, die droom, in hout, techniek en geluid?" 

Van heinde en verre komen gambisten om hun instrumenten bij Geesje Liedmeier te bestellen. De wachtlijst is drie jaar. "Ik ben niet de enige maker in Nederland, maar het is natuurlijk wel een niche. Het is zo ongelofelijk complex, het bouwen van zo'n instrument. Ambachtelijke, historische en technische aspecten, ze komen allemaal samen in dit werk. Baptist is voor mij vaak een redder in nood. Als ik snel iets nodig heb, wanneer er iets kapot is of als ik weer eens een ander techniekje bedenk, zijn ze in de buurt en ik vang zelden bot. Het assortiment is zo groot!" 

"Als je als West-Europese maker wil slagen, dan moet je iets toevoegen aan de ontwikkeling van het vak of aan het geluid bijvoorbeeld, want de Chinezen doen het sneller en goedkoper. Musici komen naar mij toe vanwege de klank en het comfort van mijn instrumenten. En die dierenkoppen, dat is echt iets voor mij. Ik maak ze ook voor anderen." Niet alleen de klank, het comfort en de koppen zijn typerend voor Liedmeiers werk, Geesje versiert haar beenviolen ook met schilderingen en illustraties. En ze maakt historische instrumenten. "Ik wil me losmaken van hedendaagse vioolbouwtradities, met open blik mijn werk doen en me niet laten afleiden door de huidige norm van perfectie. Tegenwoordig moet een instrument eruit zien alsof het rechtstreeks uit de fabriek komt, terwijl schoonheid en perfectie vroeger in andere dingen zat. In zo'n handgesneden kop of in de specifieke vorm van een instrument."  

Een van de volgende stappen in het maakproces is de bovenkant van de viola da gamba. Die wordt gestoken of gebogen. "Een gestoken blad bestaat uit twee gespiegelde delen," legt Geesje uit. "Voor het steken gebruik ik een guts. Als de bovenkant gebogen is, bestaat die uit meerdere stroken hout die ik aan elkaar plak. Voor het oplijmen van het bovenblad gebruik ik beenderlijm. Die is grof en brekend. Hout werkt en wanneer een instrument vanuit een centraal verwarmde woonkamer naar een vochtige kerk moet, kan er spanning ontstaan. Dan is het beter als er een naad openspringt dan dat er een scheur ontstaat. Vandaar de brekende lijm." De strijkstok maakt ze niet zelf. Resoluut schudt ze haar hoofd. "Dat is een volledig volwaardig ander ingewikkeld vak."

In het atelier van Geesje, dat een grote liefde voor boeken, gutsen en schaven verraadt, is, behalve de gamba die ze momenteel aan het maken is, ook een aantal voltooide instrumenten te bewonderen. "De grote gamba, gemaakt met walnoot, is een kopie van een instrument uit 1624 dat in een museum staat. En die kleine daarboven, met els, die is heel wild." Lachend: "Dat is mijn glow-in-the-dark viola. Het is een exemplaar uit de beginperiode van de gamba, eind vijftiende eeuw. Uit die tijd is niets overgeleverd, dus die heb ik zelf bedacht." 

Om dat te kunnen doen, deed Geesje uitgebreid onderzoek naar de meest gebruikte houtsoorten, de technische mogelijkheden en de culturele en historische context van die tijd. "Eind vijftiende, begin zestiende eeuw leefde Isabelle d'Este. Ze was humaniste en ze danste en zong in het openbaar. Ze was een erg inspirerend persoon, een trendsetter eigenlijk. De tijd van Isabelle d'Este was er één van grote omwentelingen. Er gebeurde veel op het gebied van nieuwe technieken. Dat had invloed op muziek, op feesten, op alles wat er gemaakt werd eigenlijk. In mijn hoofd was zij het die mij opdracht gaf voor het maken van deze gamba."

Gezien de tijd en energie die Geesje steekt in het maken van haar unieke gamba's, zijn de prijzen die ze voor haar beenviolen vraagt behoorlijk vriendelijk te noemen. "Ik wil dat mijn instrumenten gebruikt worden. Dus maak ik ze voor musici. En die verdienen niet zoveel," verklaart ze. "Als ik mijn prijzen zou verdubbelen, had ik alleen maar gepensioneerde tandartsen als klant!"

Bekijk meer van Geesjes werk op haar website

Lees hier het verhaal van Meron Brouwer uit NOEST 
Lees hier het verhaal van Bert Aalbers uit NOEST