Het is mijn missie om te laten zien hoe mooi een boom is

Otto's verhaal begint in het magazine:
Kersen, acacia, buxus: op de tafel in het tuinhuis van houtdraaier Otto Koedijk in Brummen staan zo’n 25 fleshamers, uit verschillende houtsoorten, te drogen.
Voorzien van een laagje biologische saffloerolie is de lading zo goed als klaar om verscheept te worden naar Baptist, waar het handwerk voor een sympathiek bedrag verkocht wordt. “Van een houtsnijder in het dorp leerde ik dat het heft van een fleshamer beter taps kan toelopen, zodat de kracht die je nodig hebt om ‘m vast te houden beter verdeeld wordt over je vingers. Ook fijn is om er een randje aan te maken, zodat je het eerder voelt als hij bijna uit je hand valt. In 1993 heb ik de eerste exemplaren aan Pierre Baptist laten zien. Maak maar, zei die.” En de rest is geschiedenis. Otto’s houtdraaipraktijk bestaat voor de helft uit opdrachten. “Ik schat dat ik al zo’n vierduizend rammelaars heb gemaakt in mijn leven.” Maar zonder het maken van vrij werk kan hij niet. “Het avontuur van naar een expositie gaan en niet weten wat je verkoopt, heb je niet als je alleen maar in opdracht werkt.” Als voorbeeld laat hij een schaal zien die is gemaakt uit een knobbel van een zomereik. “Het wondweefsel van deze boom was bijna een meter! Het is helemaal kicken als het lukt om daar een schaal uit te halen. Het is mijn missie om te laten zien hoe mooi een boom is. We zijn onderdeel van de natuur. Hoe meer respect je daarvoor hebt, hoe rijker het voelt.”

Otto's verhaal gaat verder!
De blokken hout voor de volgende reeks fleshamers liggen als goudstaven opgestapeld in Otto’s werkplaats. Het hout dat hij gebruikt voor zijn werk, of dat nu vrij of in opdracht is, komt vooral uit zijn dorp vandaan. Er is zo veel moois, vindt hij, dat de houtstapels tot boven het dak van zijn huis zouden groeien als hij het voor het zeggen had. “Maar daar denkt de prinses van mijn dromen anders over,” zegt hij met een halve lach. “’s Winters word ik bijna wekelijks gebeld: onze hemelboom wordt te dik, onze gouden regen gaat dood. Ik kan steeds beter ‘nee’ zeggen. Een hele kersenboomgaard laat ik tegenwoordig liggen.” 

De rijkste man van de wereld
Het materiaal voor de schaal komt van de houtveiling in Velp, waar hij elke laatste zaterdag van februari een bezoekje aan brengt. “Dit type weefsel vind ik heel spannend om mee te werken. Ik was al de rijkste man van de wereld, maar toen die knobbel voor mij was, wist ik het zeker!” De binnenkant van de schaal is geschuurd en de buitenkant geborsteld. Met verschillende technieken en behandelingen laat Otto de uiteenlopende eigenschappen van het hout zien. “Zo mooi, het contrast tussen kernhout en spint.” Naast de schalen zijn ook Otto’s houten bollen - sommige zo klein als een knikker, andere wel vijftig centimeter in doorsnee - een manier om de schoonheid van een boom in één voorwerp te tonen. Met een houten bol in handen kijk je als het ware bij een boom naar binnen, zo valt op zijn website te lezen. “Bomen hebben een traditie van miljoenen jaren. Het is toch fantastisch dat ik daar een klein onderdeel van kan zijn. Wist je dat een boom sterker hout maakt door het te laten golven of spiralen? Wondweefsel, slapende knoppen, meer of minder jaarringen: je kunt een boom lezen. En houtdraaien is een manier om dat te laten zien.”

Het belang van voelen
Wie een van Otto’s houten bollen vasthoudt, kan niet alleen alle kanten van een boom zien, maar die ook voelen. Veel van de voorwerpen die Otto maakt, nodigen mensen uit hun handen te gebruiken. “Misschien is dat de schoolmeester in mij, maar kinderen moeten weten dat niet alleen hun auditieve en visuele ontwikkeling belangrijk is, maar ook die van hun tastzin. Mijn tastzin is scherper dan mijn zicht, heb ik ontdekt sinds ik houtdraaier ben.” In dit rijtje werk passen ook de dierpuzzels die Otto maakt. Ze zijn gebaseerd op een oud ambacht dat al eeuwenlang bestaat in het Duitse Ertsgebergte: het ‘reifendrehen’, waarbij een houten band wordt gedraaid met een profiel van een dier of ander figuur erin.    

Vierhonderd jaar door
Van een ander kaliber zijn de kunstwerken in Otto’s tuin. Bij gebrek aan ruimte vinden zijn grootste installaties daar een plek, zoals een trilspin van bijna drie meter en een levensgrote (platgereden) wolf gemaakt van een oude tractorband. Is het niet saai om steeds maar weer rammelaars te maken als je ook aan de slag kunt met dit soort spektakel? “Het mooie van opdrachten is dat je gaat kijken: hoe moet ik dit maken en hoe maakten ze het vroeger? Het idee van de rammelaar is al drieduizend jaar oud! Door te studeren, cultiveer je je nieuwsgierigheid. Dat doe ik nog steeds. In mijn beleving ben ik net begonnen. Ik kan nog wel vierhonderd jaar door!” Dan: “Bovendien kun je niet elke dag de inspiratie van een trilspin hebben. De rust van het werken aan een product waar je achter staat is fijn. En het is leuk om mensen blij te maken. Ik kom uit een oud agrarisch geslacht. Die simpele handelingen, zoals ook spitten en harken: het heeft iets moois. En er zijn dagen dat ik wel vijfhonderd liter krullen maak, dat is toch kicken.” 

Lees hier het hele verhaal van Suzan Doornbos uit NOEST september 2026.